Waarom hieraan beginnen? Er zijn echte historici actief op verschillende blogs, zoals Zythophile en Shut up about Barclay Perkins. Van beiden hebben we overigens ook boeken in ons assortiment. Schroom dus niet daarin te duiken. Evengoed, de heren van bovengenoemde blogs houden van ingewikkelde lijstjes en geneuzel in de marge. De enige manier om op een verantwoorde manier aan geschiedenis te doen tenslotte, begrijp me niet verkeerd!
Toch wil ik hier ook wat over schrijven. Zonder stoffige archieven uitgeplozen te hebben, maar puur op een beetje ervaring en het zonder schroom aannemen van wat de eerste de beste gek van de tweede beste gek heeft aangenomen op het internet en heeft overgeschreven. Geloof er dus bij voorbaat liever niets van. Subjectief geleuter, weliswaar met de beste bedoelingen.
We zien de laatste jaren nog al eens goede lieden in verwarring raken door het grote aanbod in bierstijlen. Waar Nederlandse brouwers zich nog niet zo lang geleden, uitzonderingen daargelaten, beperkten to de beroemde Belgische stijlen als blond dubbel en tripel, en de brouwers in het oosten zich nog wel eens waagden aan een Duitse stijl Weizenbier, zien we tegenwoordig welhaast een wildgroei van nieuwerwetse fratsen. Smoked porters? India Pale ales? Dryhopped barrel aged cherry stout iemand?
Even wennen is het wel, die experimenteerdrift van dat gestaag groeiende brouwerswereldje hier in den lande, maar nieuwerwets, nee, eerder een renaissance.
Zowel in België als in Nederland was tot aan de Tweede Wereldoorlog pale ale en stout de ‘drink of choice’. In Amsterdam stond brouwerij de Gekroonde valk die op haar hoogtepunt internationaal concurreerde met Guinness, in Oost- en Westvlaanderen kan je de ouden van dagen nog ‘pallalekes’ horen bestellen. De meer chauvinistisch ingestelde brouwer verwijst bij de historiek van de India pale ale naar de VOC, waar de rest van de wereld het er voorlopig op houd dat de British East India Company ons deze bieren schonk. Maar daar gaan we te diep de boeken in, en dat was de bedoeling niet. Dryhoppen, oftewel een dosis hop toevoegen na het afkoelen van het brouwsel, is ook een eeuwenoude techniek, waarschijnlijk erg in zwang om onbedoelde smaken te maskeren, en houten fusten, tja dat spreekt voor zich, voor de uitvinding van roestvrijstaal had men ook al de behoefte bier te bewaren.
In ieder geval duurde het tot de jaren dertig voor de eerste tripel het levenslicht zag, ook al proberen de grote spelers op de markt, die bijvoorbeeld Leffe of Grimbergen produceren,op niet zo subtiele wijze de consument te laten geloven dat hun bieren respectievelijk al in 1240 en 1128 gebrouwen werden.
Aah , de twaalfde en dertiende eeuw. De kruistochten, de inpoldering, Marco Polo en Robin Hood. Jan van Eyck en Breughel de Oude waren helaas nog niet geboren om al dit moois op onze etiketten te schilderen, dus moeten wat gotisch aandoende letters de gedachte overbrengen.
De jaren dertig van de vorige eeuw dus, een meer realistische inschatting van de geboorte der tripels, zag er anders uit. Grauw, crisis, werkeloosheid en de daarbij gepaarde drankzucht bij de slachtoffers hiervan. De Belgische staat had sterke drank uit de café’s geweerd om excessen een halt toe te roepen, maar brouwers speelden hierop in door sterkere bieren te produceren. Het was de brouwmeester van wat vandaag de Slagmuylder brouwerij is die meteen met twee recepten kwam. Een voor zijn eigen brouwerij, en eentje voor Westmalle, waar hij ook werkzaam was. De eerse heette Witkap Pater, de tweede Superbier. Pas in 1956, toen het Westmalle recept werd aangepast kwam er voor het eerst tripel op een etiket te staan. (alhoewel ik niet weet of Westmalle toen al etiketten gebruikte). In hoeverre de Witkap Pater, die tegenwoordig Witkap Tripel heet nog vasthoudt aan het originele recept weet ik niet, het bier is in ieder geval nog steeds zeker de moeite waard!
Dat tripels blond zijn is ook niet toevallig. Men hoopte de liefhebber van de sterk in opkomst komende pilsner bieren terug te winnen. Later ging men daar nog een stap verder in door tripels te produceren met een lager alcoholpercentage, de belgische blondjes.
In de jaren 80 was er bijna geen brouwerij te vinden die geen blond, dubbel (die is wel wat ouder) en tripel in hun assortiment had. Ten koste van hun meer traditionele bieren. De zogenoemde abdijbieren werden een ware hype en in Nederland, waar langzaam maar zeker steeds meer kleine brouwerijen het licht zagen, deed men vrolijk mee, want bier brouw je tenslotte om het aan de man te kunnen brengen, en die man wilde een abdijbier, met of zonder adbij op het plaatje.
Het heeft dus tot begin 21e eeuw geduurd eer aan deze vervlakking een einde kwam. In België keert menig brouwer zich nog eens in een zelfgenoegzaam bed van valse historiek, in Nederland, en over de hele wereld, word er geëxperimenteerd dat het een lieve lust is.
Terug naar de basis! Terug naar de India pale ales uit de 17e eeuw, de porter uit de 18e eeuw, het houtrijpen uit de middeleeuwen, het dryhoppen uit de 16e eeuw!
Die ene mooie tripel bewaren we voor een mooie gelegenheid, als we even modern willen doen.





Mooi stukje historie. Inspirerend.
Goed, en mooi emotioneel, verhaal. Laten we inderdaad het Belgisch Boerenbedrog in haar eigen sop enzo. Vergeten we ook niet dat de oer-Nederlandsche traditie van Bockbier eerst in 1977 (!) van het vat werd gebracht. Daarvoor louter een seizoens flessenbier…
En, mee eens. Probeer eerst maar eens de historische en lokale bieren goed te brouwen aleer je aan het experimenteren slaat. of: zijn we dan toch te belerend en Hussiaans?
Begin 14e eeuw was in Hamburg een zeer goed smakend ‘hoppenbier’ uitgevonden. Hamburg was, net als Zwolle, een Hanzestad met een soort interne markt en een systeem van gildemeesters, meesterknechten, leerlingen etc. Het duurde niet lang of de nieuwe methode was ook in de Lage Landen bekend en we gingen hier ook op grote schaal hop verbouwen, zoals in Epe en Leek, en het nieuwe ‘hoppenbier’ drinken.
Het nieuwe bier smaakte beter, was goed houdbaar en daardoor geschikt voor handel en transport. Ook ging het mee op de VOC schepen die vanaf begin 17e eeuw uitvoeren met bier aan boord. De Portugezen hadden op hun reizen naar de oost nog wijn aan boord gehad. Tegenwoordig heet deze bierstijl ‘India Pale Ale’ maar de oorsprong moet gezocht worden in de Lage Landen.
Het Hanze gebied is dus de bakermat van de moderne bovengistende bieren en de Lage Landen hebben een belangrijke rol bij de ontwikkeling hiervan gehad die nog deels onbekend is.
Begin 2012 komen we met nieuwe feiten.
(Geloof er dus bij voorbaat liever niets van. Subjectief geleuter, weliswaar met de beste bedoelingen…)